Indien je zelf kleding maakt is het opmeten van de juiste maten één van de belangrijkste dingen voordat je begint met het overtekenen van het patroon. Iedere ontwerper/ontwerpster heeft namelijk zijn eigen maattabel. Kom je dus bij patroonontwerper A bijvoorbeeld uit in maat 122 of M , dan wil dat niet perse zeggen dat je bij ontwerpster B ook in die zelfde maat terecht komt. Kwa lengte zul je uiteraard veelal op basis van de tabellen wel in dezelfde maat terecht komen, maar kwa omvang kan je wel in verschillende maten uitkomen.

Ik adviseer daarom ook altijd voorafgaand aan het overtekenen van het patroon te meten en aan de hand van de gemeten maten de maat te bepalen. Wat je moet doen als je in verschillende maten uitkomt verschilt per ontwerper/ster, maar daarover vertel ik je straks nog wat meer. We beginnen eerst met de uitleg over het opmeten van de juiste maten.

 

Voor het opmeten van de maten heb je een flexibel meetlint of touwtje en lineaal nodig. Meet bij voorkeur met enkel ondergoed aan. Leg het meetlint of touwtje om het te meten lichaamsdeel. Je hebt het meetlint precies strak genoeg als het niet naar beneden valt, maar je deze nog wel kunt ronddraaien zonder dat deze in het lichaam snijdt. Tip : Heb je de maten van jezelf nodig, laat iemand anders je dan helpen bij het opmeten.

De borst wordt gemeten op het breedste punt van de borst, doorgaans is dit een paar cm onder de oksel. De taille bevindt zich op het smalste punt tussen borst en heup, meestal zal dit punt net boven de navel uitkomen. Voor de heupen meet je het breedste deel van de heup, doorgaans ligt dit punt net boven kruishoogte. (zie ook het plaatje).

Voor de lengte meet je de totale lichaamslengte. Indien je een broek of legging gaat maken dien je ook de binnenbeenlengte te meten voor het beste resultaat. Zet de voeten iets uit elkaar zetten en zorg dat de benen gestrekt blijven tijdens het meten. Je meet met het meetlint vanaf het kruis langs de binnenkant van 1 van de 2 benen naar beneden tot aan de grond.

Na het meten vergelijk je de maten met de maattabel van het patroon wat je gaat maken. Kom je met alles in 1 dezelfde maat uit, dan is het simpel en kies je voor die maat. Kom je in verschillende maten uit, dan wordt het ietsje lastiger maar zeker niet onmogelijk.

Voordat je begint met aanpassen of gelijk opgeeft omdat het te moeilijk lijkt, allemaal niet doen. Begin met het lezen van de instructies. Sommige ontwerpers zoals bijvoorbeeld Sofilantjes en Sansahash leggen namelijk zelf al uit wanneer je maten moet blenden (mixen) of niet en als je dat moet doen hoe je dat moet doen. Bij sofilantjes wordt daar bijvoorbeeld standaard aandacht aan besteed in de werkinstructies en wordt de uitleg ook verduidelijk met plaatjes.

Over het algemeen kijk ik altijd een beetje naar het soort patroon, is het een strakke jurk of een luchtige sweater. Bij een aansluitende jurk is het mooier als de jurk echt op de maten gemaakt is van degene die hem draagt en zal ik dus sneller overgaan tot het blenden van de maten als bij een sweater.

Als voorbeeld mijn meisje heeft als maten borst 67, taille 59 , heup 72, lengte 137,5. Zij komt daardoor meestal in drie verschillende maten terecht. Maak ik voor haar een sweater dan pak ik de borstmaat en heupmaat maar versmal ik niet haar taille. In de meeste tabellen komt zij namelijk kwa taille 2 maten smaller uit. Omdat een trui wat losser valt zal ik deze minder snel versmallen, ea afhankelijk van het model. Als het al een model is wat heel wijd valt kies ik er juist wel voor om de taille te versmallen omdat het anders echt een mega oversized model wordt en daar houdt ze niet van.

Voor een aangesloten jurk ga ik echt uit van de drie verschillende maten en pas ik deze volgens de patrooninstructies aan. Indien het patroon niets over aanpassen zegt, hanteer ik eigenlijk standaard de volgende werkwijze.

Ik teken de schouders en armopeningen zoals ze zijn op basis van haar borstmaat. (meestal scheelt ze kwa borst maar 1 a 2 maten tov de lengte). Dan bepaal ik waar de taille zit en pas ik de lijn vanuit de oksel naar de taille aan naar de maat waar ze met haar taille in terecht komt. Ik probeer hierbij de lijn pas iets onder de oksel te laten verlopen zodat ik de borstbreedte op de juiste maat hou. Vanuit de versmalde taille teken ik de lijn vervolgens weer terug naar de heupbreedte waar ze in uitkomt. Voor de lengte verleng ik de mouwen en de onderkant van de jurk naar haar lengtemaat.

Deze werkwijze gaat echter alleen op als er niet meer als 1 of 2 maten verschil zit tussen de lengte en breedtematen. Is er sprake van meer dan 2 maten verschil dan zul je echt moeten gaan schuiven met je patronen. Helaas is het uitleggen hiervan niet zo eenvoudig en standaard toe te passen waardoor ik jullie enkel de basis zo kan meegeven. Als tip kan ik je echter wel adviseren om daar eens een naaicursus of les voor te volgen. Een coupeuse/naaiatelier/naaijuf kan je dan helpen bij het aanpassen en je de tips en tricks in levende lijve laten zien op de patronen waarmee je aan de gang wilt.